Tarcisius Passier, de Chinapater

Tijdens de eerste helft van de vorige eeuw was het niet ongebruikelijk dat jonge geestelijken zich geroepen voelden om in verre oorden het woord van God te verspreiden. De meesten trokken als missionaris richting Afrika, anderen begaven zich naar China om de toen als heiden beschouwde inwoners te bekeren naar de leer van het christendom.

Dat was geen gemakkelijke opdracht. Een aantal van de jonge zendelingen werd tijdens hun verblijf slachtoffer van geweld tegen de invloed van het westerse imperialisme. Drie paters uit het naburige Pelt: Theo Schildermans (28), Michel Vanduffel (40) uit Overpelt en Desiré Pellens (41) uit Neerpelt werden op nieuwjaarsdag 1962 brutaal vermoord in het Katanga.

Op de Achelse Kluis verbleef pater Tarcisius die ook ambities had om naar het verre China te trekken maar gezondheidsredenen weerhielden hem om zijn roeping waar te maken.  Hij gooide het over een andere boeg om zijn missiedroom toch waar te maken.

Wie was pater Tarcisius?

foto274 1Tarcisius tijdens zijn studieChristianus Bernardus Antonius Passier werd op 10 maart 1900 in Tilburg als vijfde kind geboren in het gezin van koperslager Johannes Passier (1864-1948) en huisvrouw Gerarda Helena Staassen (1866-1926).kostschool De Tijd 19120919

Op 28 augustus 1913 verliet hij het ouderlijk huis en vervoegde op dertienjarige leeftijd de strenge kostschool l'institut Saint-Joseph de Carlsbourg nabij Bouillon, waar een ruim aanbod aan onderwijs beschikbaar was. Via advertenties in de Nederlandse dagbladen werden kandidaten geronseld in het katholieke Noord-Brabant en Limburg. Welke richting de jonge Passier heeft gevolgd gedurende de periode dat hij er verbleef is niet bekend. Waarschijnlijk heeft de Eerste Wereldoorlog zijn verblijf in Carlsbourg ingekort. Op 12 februari 1915 meldde hij zich aan bij de congregatie van assumptionisten die in het kasteel Stapelen te Boxtel zopas een kleinseminarie hadden ondergebracht. Ter info: in het begin van de dertiende eeuw kwam het pas opgerichte kasteel Stapelen in het bezit van Willem I van Boxtel, bij ons gekend als de heer van Grevenbroek.

Na vier jaar opleiding in het kleinseminarie vertrok hij op 19 oktober 1919 naar de cisterciënzerabdij Notre-Dame-des-Dombes in de gemeente Le Plantay ten noorden van Lyon.  In dit Franse klooster kreeg hij 2 dagen later het kloosterkleed van novice. Op dat moment ontving hij zijn nieuwe naam Tarcisius, als teken van zijn bekering. In een kleine ceremonie ontdoet de novice zich in de kapittelzaal symbolisch van zijn wereldse kleding en ontvangt hij het witte habijt van de cisterciënzers: tuniek, schapulier, singel en koormantel. Hiermee begon de opleidingstijd van Tarcisius waarbij hij de leefwijze van deze gemeenschap aanvaardde. De novice kan in principe zijn eerste geloften afleggen na minimaal één jaar noviciaat. Deze tijdelijke geloften moeten na enige tijd vernieuwd worden. 

Op 22 februari 1922 legde hij zijn tijdelijke gelofte af waardoor hij voorlopig werd opgenomen in de religieuze cisterciënzerorde van de strikte observantie (O.C.S.O). Hierdoor verliet hij het noviciaat en kreeg naast studie over o.a. theologie enkele beperkte verantwoordelijkheden toebedeeld.  Minimaal drie jaar na het afleggen van de tijdelijke geloften kan men de plechtige professie (eeuwige geloften) afleggen. Op 2 augustus 1924 vertrok hij naar Achel waar hij drie jaar later op 6 januari 1927 zijn monnikswijding ontving en tegenover God en de abt de drie geloften van gehoorzaamheid, stabiliteit en monastiek levensgedrag aflegde. Vanaf dat moment maakte hij deel uit van het kapittel van solemneel geprofeste broeders. Twee jaar later werd hij op 2 april 1929 tot priester gewijd in de kerk van de Achelse Sint-Benedictusabdij. Hij kreeg als opdracht te ijveren voor het werk van gebeden en offers voor het verre oosten. Hoewel hijzelf nooit de kans heeft gekregen om op missie te gaan, voelde hij zich geroepen om de onderdrukking van het christelijk geloof aan de andere kant van de wereld te beschrijven.

verhaal chinapater 1935verhaal uit de Chinapater - 1935Begin jaren ’30 van vorige eeuw publiceerde hij onder het pseudoniem Chinapater artikels in Nederlandse jeugdmagazines voor de katholieke scholieren. In De Drie Wegen - De Blije Jeugd beschrijft hij hoe zijn confraters in het verre China de bokseropstand hebben ondergaan. Het afsluiten van zijn artikels met De vriend der missievriendjes, Pater M. Tarcisius O.C.R. Achelse Kluis – Borkel en Schaft N.-Br. wijst erop dat hij zich voornamelijk tot Nederlandse lezers richtte.

 



Soms wendde hij zich tot de scholen om over het leven in de abdij te spreken en verhaalde dit ook in de jeugdmagazines. Hij zag hierin het bevorderen van klooster- en missieroepingen. Voor de leerlingen leek het geen gemakkelijk leven, maar volgens pater Tarcisius zijn ondanks al deze gestrengheden de trappisten de gelukkigste mensen, altijd blij, altijd opgewekt.

leven trappistOp het einde van het artikel verscheen telkens een opsomming welke groepen, voornamelijk Nederlandse, lid werden van de Chinabond. Deze groepen kwamen voornamelijk uit de Katholieke Jonge Meisjes (KJM), De Jonge Gilde en ‘andere dappere jeugdverenigingen’ zoals hij ze beschrijft.

Wraak ChikatoraIn 1937 verscheen zijn eerste boek Fou, de verschoppelinge en andere verhalen uitgeven door Cisterciënser Abdij Achel – gedrukt in Mechelen. De abdij had sinds 1900 geen drukkerij meer waardoor werd uitgeweken naar andere abdijen zoals de Sint-Norbertusdrukkerij in Tongerlo. Uit zijn pen vloeide nog een veertigtal andere boeken die door zijn medebroeders van illustraties werden voorzien. Bekende tekenaars uit die tijd verleenden hun bijdrage zoals Luca Kaiser voor Mika-San de Trotse, en andere verhalen (1938) en Frans van Immerseel voor De wraak van Chikatora (1947). Van Immerseel was niet onbesproken. In de jaren dertig sloot hij zich aan bij het Vlaamsch Nationaal Verbond en later de Algemeene SS Vlaanderen. Na de bevrijding werd hij in België bij verstek ter dood veroordeeld en in mei 1947 werd dit omgezet tot levenslange hechtenis. In 1952 kwam hij vrij. De gevangenis hinderde de werkkracht en productiviteit van Van Immerseel niet. In die periode illustreerde hij meer dan 500 boeken waaronder die van Tarcisius. Hij werd sterk gesteund vanuit de collaboratiemilieus en vanuit katholieke uitgeverijen, niet in het minst De Goede Pers in Averbode.

In 1947 werd in de Achelse Kluis de uitgeverij Sinite Parvulos opgericht maar het is pas in 1954 dat Tarcisius missieboek Willie’s kleuterjaren er met die uitgeversnaam van de persen rolt.  De naam van de uitgeverij werd verleend uit een Bijbelvers Sinite parvulos venire ad me of Laat de kinderen tot mij komen. Zijn kloosternaam, verwijzend naar de heilige kindmartelaar Tarcisius (263-275) die zijn jonge leven gaf voor het ware christelijke geloof, heeft misschien aanleiding gegeven voor de naam van de drukkerij.missaal

De verkoop van Chinabond-missieboeken en kalenders zorgde voor de financiële ondersteuning van de missie in China.  Dit werd naargelang het aantal verkochte exemplaren beloond met een missaal of ander aandenken.

onderwijsgevende kloosterlingen jrg 33 1949onderwijsgevende kloosterlingen jrg 33 1949Tarcisius boeken waren zeer populair bij de jeugd. Via de Katholieke Keurraad werden aanbevelingen gegeven over de inhoud en vanaf welke leeftijd het geschikt werd bevonden. Ook werd er bij sommige passages duiding gegeven als het taalgebruik voor de kinderen moeilijk te begrijpen was.

Andere jeugdschrijvers zoals Lanckneus en Verhoeven publiceerden hun werk via uitgeverij Sinite Parvulos. Ook Achelaar Eugeen Peeters liet zijn bekende verhalen over Tuurke Kabouter via de abdij publiceren.

Pater Tarcisius vond een gedreven medewerker in pater Angelus Scheepers (1906-1994). Pater Angelus was verantwoordelijk voor de publicatie en ook voor de distributie van boeken en kalenders. Je kwam hem weleens tegen op de brommer als hij op weg was voor een levering of afspraak.

Nog voor de aanvang van zijn monastiek leven kampte pater Tarcisius met gezondheidsproblemen die door de jaren heen niet verbeterden. Op de 28ste verjaardag van zijn priesterwijding, 2 april 1957, overleed hij ten gevolge van een slepende ziekte en werd begraven op 5 april 1957 op het kloosterkerkhof van de Achelse Kluis. De Chinapater is niet meer, maar zijn werken blijven nog steeds beschikbaar.

schoolmeisjes Grote HeideGroepsfoto (1950?) met meisjes van het 6de leerjaar (geb. 1938) van de Grote Heide, met juffrouw Mommen (3de achteraan rechts). Ze kregen bij een bezoek aan de Achelse Kluis een rondleiding door pater Tarcisius

Samenstelling: Geert Stevens

Bronnen: Abdij Westmalle, Delpher, Evert Meijs, Achelse Kluis 1846-1946, Wikipedia