header

 

Leeke van de kelder

spinhuisSpinhuis - Catharinadal - Foto Evert MeijsOp het kasteel van graaf Cornet de Peisant werkten vele Achelaren. Er was de koetsier, de jachtwachter, een paar voerlui, de timmerman, de tuinier, meerdere tientallen die werkzaam waren op de wateringen .... Leeke was er ook bij.
Er waren ook dienstmeisjes: de keukenmeid, de kindermeid, de bovenmeid, de koemeiden ... enzovoort.

Een hiervan heette Ongers. Een ongewone naam!
Het was een weeskind, dat door graaf Cornet uit een weeshuis naar Achel gebracht was.
Leeke trouwde met Ongers. Zij kregen als woning een paar vertrekken boven de oude 17de eeuwse gewelfde kelder van het spinhuis van Catharinadal.
Leeke, die officieel Leo Goossens heette, werd nu "Leeke van de Kelder."
Hij kreeg drie zonen: Linske, Toon en Mathijs. Enige exemplaren in hun categorie!

Maar verhalen we eerst de gouden bruiloft van Leeke. Het was de eerste die sinds mensenheugenis in Achel plaats vond.
Toendertijd trouwde men immers in de regel pas rond de dertig, omdat er thuis bij de ouw lui eerst moest verdiend worden.
Deze historische bruiloft had plaats op 17 september 1907.
Uiteraard was er een plechtige hoogmis gepland om 9 uur.
De jubilaris en familie werden in stoet naar de kerk gebracht,
Met de Fanfare op kop en Leeke met zijn eega in een koets van "menheer de graaf".
De feesteling kreeg ook een geschenk:
Een echte gerookte ham.

Van zijn zonen was Tieës zeker de kleurrijkste.
Geld en goed bezat hij niet. Zijn huis geleek treffend op de bouwvallige Kerststal van de tableaus van onze Vlaamse primitieven.
Maar humor had hij wel.
Men verhaalt dat hij zich bij een plechtige Hollander uitgaf als coiffeur.
Hij "wette" zijn scheermes (of was het gewoon zijn broodmes) op de houten trede van de Opkelderdeur. Hij zeepte de man zo overvloedig in, Dat hij zo-na een baard van schuim kreeg.
"Welk is uw prijs?" vroeg de zakelijke heer, ietwat achterdochtig geworden.
"Klaar voor een muilpeer!" repliceerde Ties en gaf de onthutste heer zulke malse klap tegen de wangen, dat het schuim in het rond spatte....
Het verhaal spreekt niet over de reactie van de Nederlander.

Zijn broer Linske had ook een flink huishouden en was een taaie werker. Hij was de felle grasmaaier op de wateringen van de graaf. Als hij "in entreprise" voor een partij stond, liet hij alle maaiers achter zich...
Als een beginneling hem toch ooit kon volgen, zei Linkske met een fijn lachje: "Ge kunt toch maaien.... Ik zal u eens goed leren haren."

De Tomp en later de burcht van Grevenbroek waren in hun bloeitijd omgeven door een tiental boerderijen die er van afhingen. Hier boerden de laten of pachters van de grondheer op de Oude hoef, Beverbeek, de Nieuwe Hoef, de Oirmanshoef.... Langs de weg naar de windmolen van Grevenbroek, het waterstraatje, lag ook een klein bedrijf, Jagershoef heet het nu.
Op de Ferrariskaart van 1770 werden op die plaats nog een drietal veldjes getekend en er liep een dijk van daar naar de Tomp.
In de vorige eeuw was het een bouwvallig huisje geworden. Eigenlijk een hut. Linske woonde er een tijdje met zijn gezin.
In 1911 liet graaf Cornet het afbreken en bouwde er een boerderijke voor zijn voerman Jan Geusens, alias "Jan van de Hoef". Zijn vader Jef Geusens was immers pachter geweest "op de Oude Hoef".
Graaf Cornet heette zijn nieuwe boerderij "Jagershoef".

Jan bracht er een groot huishouden groot met niet geringe perikelen. Oordeel zelf.
Zijn vrouw, Beth Coenjaerts, was vanaf haar tweede kindje gedeeltelijk lam. Bij het verzorgen van haar boorlingskens moest ze de kleine ooit met de tanden uit de wieg tillen. Een van de jongens, goed vijf jaren oud, hielp bij het melken van de koeien en hielp iedere week het bakdeeg mengen en kneden en de oven stoken. Alles op aanwijzen van moeder Beth.
Diezelfde Beth was iedere zondag in de vroegmis van 6 uren. Te voet! Als eerste! Haar huis lag ruim een half uur gaans van de kerk....

Zo leefden en werkten kleine Achelse mensen.
Zouden wij niet salueren?!